zondag 24 september 2017
 
Ringslang * Leefwijze
Leefwijze

IJsselmeerdijk die wordt gebruikt voor overwintering (boven) en broeihoop (onder) - foto's Jelger Herder De eerste ringslangen ontwaken half maart uit hun winterslaap. De mannetjes ontwaken in de regel één tot twee weken eerder dan de vrouwtjes. Die tijd gebruiken ze om door veel zonnen de vorming van de zaadcellen op gang te brengen zodat er meteen gepaard kan worden zodra de vrouwtjes verschijnen. De paringen vinden vaak plaats nabij de winterverblijven en gaan door tot eind mei. Soms vinden er in september ook najaarsparingen plaats. Vanaf mei komt ook de spijsvertering op gang. Meestal staan amfibieën op het menu, maar, afhankelijk van leefgebied en voedselaanbod, ook wel eens vissen, zoogdieren, vogels, reptielen, aas en soms ook wel kleinere soortgenoten. Om de ontwikkeling van hun eitjes te versnellen, zonnen vrouwtjes veel van april tot en met juni. In Juni zetten ze, afhankelijk tot hun lengte tot wel 40 eieren af op plekken met een hoge temperatuur en luchtvochtigheid. Hopen van rottende planten of ander organisch materiaal zijn daarvoor heel geschikt. De eieren zijn zo groot als een olijf en worden tegenwoordig vaak afgezet in speciale ringslangbroeihopen die tegenwoordig als uiterst succesvolle beschermingsmaatregel worden aangelegd in de leefgebieden van deze soort. Na de eiafzet duurt het zes tot tien weken tot de eieren uitkomen. De jonge slangetjes bevrijden zich uit de flexibele, leerachtige eischaal door sneetjes te maken met hun eitand. Kort daarna vervellen ze al voor de eerste keer. Medio oktober verdwijnen de ringslangen weer in hun winterverblijven. Daarvoor zoeken ze vorstvrije en droge plekken op, zoals ruimtes in vermolmde boomstobben, puinhellingen, spoordijken, rietschelven, stromijten en hout- of schorshopen of holen.

Gebruiksovereenkomst | Privacybeleid © PlumIT