zaterdag 18 november 2017
 
Adder * Meedoen
Wat kun je zelf doen voor de adder?

Voor de adder kun je als vrijwilliger of werkgroep veel betekenen. Zoals voor alle soorten geldt, zijn waarnemingen voor de bescherming van groot belang. Inventariseren of monitoren (wel altijd je waarnemingen doorgeven!) is dus een concrete manier van soortbescherming, die echt bijdraagt aan bescherming. Voor meer informatie over adderonderzoek, klik hier.

Nog concreter is meehelpen in het terreinbeheer. Veel beheerders hebben niet voldoende tijd of budget om al hun heideterreinen en hoogveenrestanten optimaal te beheren. Vrijwilligers kunnen daar dan ook een rol in spelen. Overleg eens met een beheerder van een addergebied bij je in de buurt. Dat laatste is wel van belang, omdat het weinigen is gegeven om langdurig de motivatie op te brengen om telkens weer naar een verder weg gelegen gebied te gaan.
Als de beheerder wat in je aanbod ziet, kun je een beheerwerkgroep opzetten, bijvoorbeeld in samenwerking met of onder de vlag van een IVN- of KNNV-afdeling of Landschapsbeheer.

Over het beheer van heide en hoogveen voor de adder (en andere soorten) verwijzen we naar de landelijk atlas (Creemers & van Delft, 2009), en het boek Praktisch natuurbeheer: amfibieën en reptielen (van Uchelen, 2006). De kern van het beheerwerk in een leefgebied van de adder zal bestaan uit het verwijderen van het teveel aan opslag en eventueel zaken als het maken van takkenhopen, of heel kleinschalig plagwerk. In het werkgebied verwijder je het grootste deel van de opslag, maar je laat voor de variatie ook enkele bomen en struiken staan. Het vrijgekomen materiaal kun je in hopen of richels bijvoorbeeld aan de rand van het terrein neerleggen. Vooral overgangen tussen verschillende soorten begroeiingen, of steilrandjes, dijkjes en dergelijke zijn van grote waarde. Met je vrijwilligersgroep kun je daar heel waardevol maatwerk leveren!  

Voorbeeld van goed beheer: kleinschalig plaggen. - foto Jelger Herder

Echte toverwoorden bestaan er in het natuurbeheer niet, maar met enig overleg en met wat inspanning is er veel te bereiken! Werk altijd gefaseerd (haal niet alle opslag uit een gebied weg), werk altijd kleinschalig (plag bijvoorbeeld stukjes van 2 bij 5 meter) en laat soms wat “natuurlijke rommel” in de vorm van takkenhopen of plagselbultjes in het terrein achter, dat zorgt voor extra structuurvariatie. Vul kuilen of greppels in een gebied niet met takken op; vaak zijn het de weinige geaccidenteerde delen in een gebied en daarmee zijn ze van grote waarde voor de adder en tal van andere soorten.

Als je een goed werkende beheergroep hebt, kun je wellicht ook meewerken aan het verder verbinden van naburige leefgebieden. Roep naburige beheerders hiervoor eens bij elkaar en praat samen met de topografische kaart op tafel, over de kansen die er liggen. Wellicht kun je naar aanleiding van zo’n sessie bosranden en bermen langs bospaden weer open kappen, zodat verbindingszones ontstaan. Los van het zinvolle werk dat je zo doet, zijn de werkdagen vaak erg gezellige dagen buiten.

Waarnemingen doorgeven

Klik hier om naar Telmee.nl te gaan om je waarnemingen door te geven!

Klik hier om je waarnemingen door te geven via Waarneming.nl

Gebruiksovereenkomst | Privacybeleid © PlumIT